In de prehistorie waren al delen van Wijthmen incidenteel  bewoond, daardoor is dit gebied van zeer grote archeologische waarde voor ons verleden.

Bewoning concentreerde zich voornamelijk op de zandruggen, die we de Esh noemen.

In de Romeinse tijd wordt verondersteld dat de rivierloop van de Vecht zich een weg baande langs Wijthmen, Soeslo en Zalné

rivierloop-vecht-200v-chr

Deze mogelijk is zeer wel realistisch omdat de inheemse gevonden Romeinse nederzettingen  rond Dalfsen niet de huidige rivierloop volgt maar met de zandruggen mee naar het zuidwesten afbuigt. ( Emmen, Lenthe)

Tussen Dalfsen en Berkum ontbreken deze zandruggen (heuveltjes voor bewoning) bij de huidige rivierloop.  Er kan dus in de tijd een halfrond lint van de rivierloop zijn ontstaan die bij Dalfsen een oorsprong vond en zich ter hoogte van Berkum weer aansloot op de huidige rivierloop. Deze rivierloop werd in de loop van de Middeleeuwen weer verlaten.

Volgens de deskundigen Goutbeek en Hamming moeten we wat betreft de zandruggen dan spreken over rivierduinen.

Op de onderstaande kaart staan de belangrijkste archeologische vondsten aan gegeven in verschillende tijdperken met de veronderstelde rivierloop van de Vecht alsmede de huidige zandruggen en wegen.

awn-dec-1984-heinosewg-02

De zandruggen met de pré- en protohistorische vindplaatsen, aangegeven wegen en de veronderstelde loop van de Vecht in de Romeinse tijd

 Kaart 1

De mogelijkheid voor archeologisch vondsten doen zich in hoge mate voor in de omgeving van de Heinoseweg, de Oude Wythmenerweg, de Oude Twentseweg en de Molenhoekweg.

In 1982 tijdens de aanleg van de parallelwegen langs de Heinoseweg  werd in de nieuw gegraven bermgreppels middeleeuwse scherven aangetroffen,

Een onderzoek met de schop bracht de aanwezigheid van middeleeuwse afvalkuilen aan het licht.

Dit bracht de Archeologische Werkgroep Nederland (AWN) ertoe een voor ons belangrijk onderzoek te doen naar een stukje verleden van Wijthmen.

 

awn-dec-1982-heinosewg-01

Overzicht voornaamste vindplaatsen aan de Heinoseweg

 

Kaart 2

Dit nader onderzoek wees uit dat er naast de boerderij van de familie Kok aan de Heinoseweg resten aanwezig waren van een laat middeleeuwse waterput  (Zie plaats B  op kaart 2)

Omdat er in dezelfde greppel ook materiaal werd aangetroffen werden er twee proefsleuven gegraven op het land van de heer Mulder  haaks op de Heinoseweg.

(Zie het op de kaart 2 aangegeven rode gedeelte 1 en 2.) Dit onderzoek leverde alleen wat scherven materiaal op doch geen grondsporen van bewoning.

De heer Kok melde in dit verband dat hij ruim 10 jaar geleden in zijn voortuin – we spreken dan van de begin jaren 70 –  een vrijwel complete Karolingische pot had gevonden.

In het voorjaar van 1983 werd in de greppel een nieuwe vindplaats ontdekt met inheems-Romeins materiaal.

Al deze vondsten maken duidelijk dat er in de Romeinse, de Merovingische, de Karolingische en de laat-middeleeuwse tijd op één en dezelfde plek is gewoond.

Het ziet er na uit dat er ter plaatse in verschillende perioden van de prehistorie mensen aanwezig zijn geweest , maar dat hun  bewoning zich elders in de buurtschap  concentreerde.

In de drie vindplaatsen (zie kaart 1) zijn sporen aangetroffen van ijzerslak.  Dit betekend dat er in de Romeinse tijd in Wijthmen, Lenthe en Emmen ijzer werd geproduceerd.

Dat Wijthmen in de Merovingische periode bewoning heeft gekend, blijkt uit de inhoud van een kuil, die werd aangetroffen in sleuf 1 op ruim 50 m uit de berm. (zie kaart 2)

 

Conclusies omtrent de bewoningsgeschiedenis door de A.W.N. in 1984

Behoudens sporadische blijken van menselijke aanwezigheid sinds het Mesolithicum*, heeft ons onderzoek weinig gegevens omtrent de tijd vóór circa 100 n’ Chr. opgeleverd.

Mogelijk was de bewoning toen op een andere plaats in de buurtschap geconcentreerd.

Vast staat, dat het onderzochte terrein bewoond is geweest van de 2e tot en met de 4e eeuw, misschien nog tot in de 5e eeuw.

Verder is bewoning aangetoond in de Merovingische en Karolingische periode en in de late Middeleeuwen. Dat één en dezelfde plek zowel in de Romeinse als in de Merovingische en Karolingische tijd bewoond is geweest is tot nog toe in Overijssel verder alleen in Varsen (gem. Ommen ) aangetoond.

In zo’n geval doet zich de vraag voor, in hoeverre er sprake is van bewoningscontinuïteit vanaf de Romeinse tijd.

Het materiaal geeft geen enkele aanleiding om te twijfelen aan bewoningscontinuïteit vanaf de Karolingische tijd.

Ook is er weinig reden om te twijfelen aan een continuïteit tussen de Merovingische en de Karolingische bewoning, aangezien enerzijds het Merovingische materiaal aan de late kant lijkt te zijn, terwijl anderzijds vroeg-Karolingische vondsten niet ontbreken.

grafiek-tijdlijn-bewoning-wijthmen

Bewoning in Wijthmen vanaf 700 naar Chr.

 

Het ziet er dus naar uit dat we in Wijthmen mogen rekenen met een continue bewoning vanaf circa 700 n. Chr.

Tussen de Romeinse tijd en de aantoonbare Merovingische bewoning blijft evenwel een gat van enkele eeuwen bestaan.

Misschien zal verder onderzoek dit hiaat kunnen verkleinen, zo niet opvullen. Dit verdere onderzoek is ook nog om een andere reden gewenst: het vele opgeploegde materiaal toont aan, dat de slechts enkele dm dikke akkerlaag de bewoningssporen beslist onvoldoende beschermt.

Een krantenartikel dat op 4 december 1982 verscheen:

Het Krantenartikel van 4 december 1982

Het Krantenartikel van 4 december 1982

Hieronder de tekst van 4 december 1982

Wellicht grafveld onder voortuin van Wijthmense boer

Waardevolle vondst stond jarenlang op nachtkasje

“Wacht even” zei Henk Kok uit Wijthmen tegen de amateur-archeoloog die kwam vragen of hij even bij de boerderij mocht kijken. Toen hij terugkwam had hij een bijna gaaf geelachtig potje bij zich.

07-potjea-300

Het waardevolle potje uit de Karolingische tijd

De verbaasde bezoeker stelde vast, dat het om een zeldzaam stuk aardewerk uit de Karolingische tijd ging, rond 800, zo niet eerder.

De jonge boer had het potje al meer dan tien jaar geleden gevonden in de voortuin van de boerderij, toen hij daar een gat groef om een pomp te slaan.

Henk met het waardevolle potje dat hij vond toen hij een gat groef voor de waterpomp

Henk met het waardevolle potje dat hij vond toen hij een gat groef voor de waterpomp

Het lag toen in scherven uiteen, maar hij had het weer netjes in elkaar gezet en zo had het jarenlang op zijn nachtkastje gestaan,zonder dat iemand vermoedde, dat het om een waardevolle archeologische vondst ging.

De provinciaal-archeolog A.D. Verlinde, die op de hoogte werd gebracht, uitte het vermoeden, dat er onder de voortuin van de boerderij wel eens een heel grafveld zou kunnen liggen.

De vondst van een zo gaaf stuk aardewerk wijst meestal op een begraving, waarbij aan de dode gebruiksvoorwerpen werden meegegeven.

De voortuin van Henk Kok met misschien wel een grafveld, achter de waterpomp waardoor alles aan het licht kwam

De voortuin van Henk Kok met misschien wel een grafveld, achter de waterpomp waardoor alles aan het licht kwam

Alleen een opgraving kan hierover uitsluitsel geven. Hoe dan ook, een gaaf Karolingisch potje is op zich in deze provincie al bijzonder genoeg.

Even ten oosten van de boerderij hebben wel reeds opgravingen plaatsgevonden.

Allereerst op een plaats in de greppel naast de weg, waar een zeer grote dichtgegooide kuil was vastgestel.

Het vermoeden dat het hier om een waterput ging werd tijdens de opgravingen door leden van de Archeologische Werkgemeenschap Nederland bevestigd.

De boomstamput die gevonden werd in de berm naast het fietspad zal als waterput dienst hebben gedaan

De boomstamput die gevonden werd in de berm naast het fietspad zal als waterput dienst hebben gedaan

Al gauw tekende zicht het vergane hout als donkere lijnen in de bodem af en tenslotte kon men het onderste deel van de put, dat door het grondwater was geconserveerd, bergen.

Het bleek een boomput te zijn zoals die ook bij de bouw van het Zwolse stadhuis gevonden zijn.

Deze put bleek echter zo’n twee eeuwen ouder te zijn dan het exemplaar dat in de hal van het stadhuis prijkt: op grond van gevonden scherven kon hij gedateerd worden in de twaalfde eeuw.

Enkele weken later vond een opgraving plaats in een braakliggend bouwland nog iets verder naar het oosten. Een onderzoek in de aangrenzende greppel had namelijk scherven uit de Romeinse tijd aan het licht gebracht.

Er werden nu dwars op de greppel twee sleuven gegraven waarvan de bodem gevlakt en op grondsporen onderzocht werd.

Voor de opgravers was het een teleurstelling, dat er geen paalgaten in een regelmatig patroon gevonden werden, waaruit een huisplattegrond zou kunnen worden samengesteld.

Wel waren er weer verscheidene interessante afvalkuilen tevoorschijn, waaronder één met een groot aantal scherven van rond 200 na Christus. Ook werden er grote brokken ijzerslak gevonden, die erop wijzen dat de Germaanse bevolking zichzelf van  het nodige ijzer voorzag.

De grondstof hiervoor, ijzerroer, wordt vooral in het lage gebied benoorden Wijthmen veel gevonden

Vechtloop

Nadat al eerder was komen vast te staan, dat Wijthmen vanaf omsgtreeks 800 bewoond is geweest, is nu dus gebleken, dat er ook in de Romeinse tijd mensen op dezelfde plek hebben gewoond.

Het moet dus wel een gunstige jplek zijn geweest om zich te vestigen. Het is dan ook zeer waarschijnlijk, dat de Vecht vroeger langs Wijthmen heeft gelopen, en wel tussen het dorp en Soeslo; de Westerveldse Aa moet dan een overblijfsel van deze oude rivierloop zijn.

Langs dezelfde oude Vechtloop zijn al eerder Germaanse nederzettingen gevonden in Emmen en Lenthe in de gemeente Dalfsen.

Duistere eeuwen

Tussen de Romeinse en de Karolingische tijd gaapt een gat van drie eeuwen. De vraag is, of er in die peride ook mensen in Wijthmen hebben gewoond. Het is bekend dat aan het eind van de Romeinse tijd de Franken het Romeinse rijk zijn binnen gevallen en inderdaad houjdt op veel plaatsen langs de Vecht de bewoning kort na 400 op

Vondsten van tussen 450 en 750 worden in de provincie Overijssel zelden gedaan. De moeilijkheid is, dat het inheemse aardewerk uit die tijd niet goed dateerbaar is. In Wijthmen is tot nog toe één afvalkuil gevonden met scherven die uit deze periode kunnen dateren, maar helemaal zeker is dat niet.

De duistere eeuwen blijven in Overijssel nog steeds tamelijk ongrijpbaar.

archeologisch-onderz-wjthmen-2015

archeologisch onderzoek Wjthmen- in 2015 (Foto Wim Dalfsernet)

Vanaf 16 november 2015 voerde de Rijkswaterstaat archeologisch veldonderzoek uit voor de verbreding van de N35 Zwolle-Wijthmen.

Verspreid over het gebied worden twaalf proefsleuven van circa 75 meter lang en 1 meter diep gegraven.

In dit onderzoek vond men scherven uit de periode 1200-1300.

Klik voor dit archeologisch ondezoek op deze link

gerardhulsmann

===================================================================================================

* Het mesolithicum (middensteentijd) is een aanduiding voor een cultuurperiode in Europa die begint na het aflopen van de laatste ijstijd ca. 10.500 v. Chr. en eindigt wanneer een samenleving overschakelt op landbouw en veeteelt en tal van nieuwe technologieën ontwikkelt of overneemt (neolithicum.)

Jagen, vissen en verzamelen waren de middelen van bestaan van de mensen in mesolithische culturen, die doorgaans als rondtrekkende jager-verzamelaars leefden.

==================================================================================================

Bronnen:

(AWN Westerheem december 1984)

(Atlas van de Vecht)

(Geschiedenis van Zwolle-Jan ten Hove) (In de schaduw van de stad – Historisch centrum Overijssel)

(Wikepedia)

 

gerardhulsmann



install tracking codes

Visitors Total