VIERDE BEDRIJF

Het is donker op het toneel , de telefoon gaat , een antwoordapparaat wordt ingeschakeld met de stem van pastor Fennis.

Apparaat: Uit is het antwoord -apparaat van de pastorie te Nerfte-Wythmen.

Er is op dit moment niemand aanwezig in de pastorie.

Voor dringende zaken kunt ‘J zich wenden tot g6n van de andere parochies te Zwolle . Einde bericht “

(Jien hoort de hoorn op de haak leggen        even later gaat de telefoon weer en wr klinkt het antwoord-apparaat. iddenin de tekst wordt nu de hoorn op de haak gelegd.)

Het licht op het toneel gaat aan. Teun , begin dertiger nu, zit onder een gek rieten hoedje een koe te melken. hij fluit: “Mis de bom valt . . .

 


 

Vreemdeling (op pastoor van Wee lijkend , komt op. Het is een zeer oude man, blijft achter Teun staan.

Vreemdeling: Is dat daar nog steeds de pastorie van Herfte-Wythmen

dat huis daar naast de kerk ? (Wijzend opzij in cloulissen)

Teun:  (Zonder opkijken)   Men zegt ‘t

Vreemdeling: Weet U dan niet zeker of dat de pastorie van Herfte-Wythmen isaf Teun:            Jawel , dat is de pastorie hoor

Vreemdeling: Is er iemand aanwezig op dit moment ?

Teun: Er is een bel aan de deur aangebracht , daar mag U gerust gebruik van maken ba.e-

Vreemdeling: Ja maar ik heb al gebeld , opgebeld bedoel ik.

Teun:   En ?

Vreemdeling:  Ik kreeg geen gehoor dus ik dacht..

Teun:   (Steeds lakonieker)   Dat er niemand thuis was –

Vreemdeling: Ja , eg .. maar er was wel ‘n stem die steeds hetzelfde zei.

Teun: Dat pastoor Fennis niet thuis was ?

Vreemdeling:  Ja

GHN_Pastoor Fennis-01

Henk Fennis (1922-1993)

Teun: Dat was het ‘t antwoord-apparaat

Vreemdeling: Antwoord wat ?

Teun: Het antwoord – a p p a r a a t, of weet U niet wat een antwoord – a p p a r a a t is?

Vreemde: Nee eg..

Teun: Dat is een apparaat , ‘n soort bandrecorder waarop een tekst wordt ingesproken en die op de telefoon is aangesloten.

Als d’r dan wordt opgebeld dan draait ie automatisch de tekst af’

Vreemdeling: “n soort gramafoon dus.

Teun:   (z’n hoedje verschuivend)

Zo zou je ‘t kunnen noemen

Vreemdeling: Maar is er dan geen huishoudster?

Teun: Er is geen huishoudster.

Vreemdeling: Maar wie zorgt dan voor pastoor , wie houdt het huis schoon en wie kookt er dan?

Teun: Nou, pastoor zelf.

Een modern man doet zoiets toch zelf.

PAS OP! (er komt een gierende auto langs) Dat was ‘m!

Vreemdeling : Fennis?

Teun: (knikt)   Hij is altijd onderweg: hier een vergadering, daar een ziekenbezoekje, in Zwolle geeft hij les en in Deventer neemt hij zwemles. (weer de gierende auto) Hij is al weer weg.

Kijk, U bent al te laat,  hij is maar even thuis geweest. (Teun werkt weerdoor)

Vreemdeling : (hoofdschuddend naar het melken kijkend)

Wat doet u dat onhandig.

Teun: Wat?

Vreemdeling : Zoals U melkt.

Teun: Ik ben het aan het leren of liever gezegd opnieuw aan het leren.

Ik heb pas het bedrijf van mijn schoonvader overgenomen en de melkmachien aan de kant gezet.

Vreemdeling: Hoezo …. melkmachien?

Teun: (verschuift hoedje)  Hoezo… .melkmachien, komt u soms uit Siberie?

Vreemdeling: Laat mij eens doen.

Teun: (geeft krukje aan vreemdeling, die vlot, aan het werk gaat)

(Nu pas kan hij de man goed bekijken. Hij krabt zich onder zijn hoedje van verbazing, als de man klaar is en zich opricht)

Bent u niet die zogenaamde vervanger van ter Meulen, de vorige pastoor, die notabene van niks bleek te weten achteraf…….

Vreemdeling : ……

GHN_1984-06 koe melken sagezo

Joop Giezen (vreemdeling) en Gerard Mulder (Teun)

Teun: Ja, U bent die vervanger. U was even snel verdwenen, als u gekomen bent.

Naderhand heeft niemand meer iets van u vernomen .

Mag ik nu misschien van u weten, wie u bent en wat u toen bezielde?

Vreemdeling : (vriendelijk, maar beslist)  Is dat belangrijk?

Teun: U hebt bijna een wig gedreven tussen ons en mijn familie:

ik meen dus wel enig recht op uitleg te hebben van uw kant.

Vreemdeling: Ik heb u van een heilloos besluit willen weerhouden, is dat fout?

Teun: U was er niet toe gerechtigd.

Vreemdeling: De waarheid gerechtigde mij.

Teun: Pastoor ter Meulen bleek geen bezwaren te hebben!

Wie beslist wat waarheid is en wat niet, u soms?

Vreemdeling: Jezus Christus.

Teun: Dus u besliste dat Jezus Christus vond dat u de waarheid sprak.

Vreemdeling: (slikt iets weg)  Ik was een vriend van wijlen pastoor van Wee.

Ik weet wat hij met deze, zijn parochie heeft willen bereiken.

Ik heb voor hem de sneltrein der veranderingen hier willen afremmen.

(Als Teun de melkbus afsluit/resp. de emmer er in leegt en de kruk oppakt, kennelijk in de bedoeling weg te gaan)

U bent dus toch getrouwd met dat protestantse meisje?

Teun: (stug)  Wat dacht u; natuurlijk!

Vreemdeling: Hoe gat het nu met uw huwelijk?…, ik hoop van harte dat het goed gaat.

Teun: Dat gaat het ook.

Vreemdeling: En de eventuele kinderen?

Teun: Mijn kinderen? Eerst niet, daarna wel, dank u.

Vreemdeling: U moet het mij niet kwalijk nemen, het is uit die interesse voor alles wat hier gebeurt, dat ik dit vraag.

(zet na een lichte aarzeling de melkbus weer neer).

We konden eerst geen kinderen krijgen.

We hebben toen een kind geadopteerd uit Afrika.

Daarna hebben we er toch zelf één mogen krijgen.

Vreemdeling: En hoe doet u dat nu verder, met de scholen bijvoorbeeld?

Teun: De oudste zit op het LHNO in Zwolle, de jongste in de 2e klas van de basisschool.

Vreemdeling: Katholiek of protestant?

Teun: (hem onderzoekend aankijkend)  Waarom vraagt u dat?

Is dat belangrijk?

GHN_Herman Dinkelberg01

Herman Dinkelberg

We hebben onze zoon naar de katholieke school gestuurd, omdat hij een type als meester Dinkelberg nodig heeft, iemand die de wind er goed onder houdt.

Niet omdat er tussen ons strijd was over de vraag katholiek of protestants onderwijs.

Vreemdeling: Was dat dan werkelijk geen strijdpunt tussen u beiden?

Teun: (ongelovig lachend) Nee, echt niet. Tegenwoordig spelen andere problemen die veel ernstiger zijn, het lijkt of de tijd bij u is stil blijven staan.

Willie:(komt op)  Teun, waar blijf je? Je ouders zijn er ook al, we zitten allemaal op jou te wachten.

Teun: (de vreemdeling op slag vergetend)

koms eens hier, meid, ik heb je nog niet eens goed gefeliciteerd.

Willie: Dat zei je een half uur geleden ook al, en een half uur daavoor.

(maar haar verdere protesten worden in een kus gesmoord)

Willie: Of ben je nog niet klaar?

Teun: Sneller dan anders zelfs.

Hij (wijst naar de vreemdeling) heeft me geholpen.

Willie: oh. (verstijft als ze de vreemdeling ziet)

Teun: (tot vreemdeling) dat is dus mijn vrouw Willie, ze is 121/2  jaar getrouwd, vandaar dat ik haar net feliciteerde.

Willie: WIJ zijn 12 jaar getrouwd, idioot; (dan op haar hoede)

Was u niet die man, die zogenaamde plaatsvervanger?

Teun: Inderdaad, dat is hem, hij komt zijn excuses aanbieden.

Willie: (glimlacht even) Dat zal wel, ja.

(2 kinderen rennen achter elkaar het toneel op, de voorste heeft een lange broek in de hand, de achterste, de grootste van de twee, rent er in zwembroek/onderbroek achteraan)

Willie: Teun, wat is er, stop dat!

Jongen: Geef hier, geef hier, zeg ik je.

Teun jr.: Dan moet je dat nooit meer zeggen

(tegelijk botst hij tegen de vreemdeling op, die hem direct vastgrijpt)

als ik je tussen mijn poten krijg, dan zal ik je–

Vreemdeling: (grijpt de jongen ook beet, met zijn vrije hand) dan zal je wat?

(houdt beide knapen uit elkaar)

Vertel eens: wat is er aan de hand. (rustig, streng, niet onvriendelijk)

Jongen: Dat kleine ettertje heeft mijn broek gepikt.

Teun jr.: Omdat hij mijn zus voor rotte vis schold.

Vreemdeling: Wat zei je dan?

Teun jr.: (als de jongen niet antwoordt)

Roetmop, nikker zwartgeblakerd griet?

Vreemdeling: (tot de jongen) zo, zei jij dat allemaal.

Jongen: Wat heeft u daar mee te maken.

Vreemdeling: De vraag was alleen, of je dat zei.

Jongen: (uitdagend) Ja, dat zei ik, laat me los.

Vreemdeling: (tot Teun jr.)   Wel, Teun, welke huidskleur heeft je zusje eigenlijk.

Teun jr.: Zusje? Zus bedoelt u zeker, ze is 4 jaar ouder dan ik en ze is geen zwartgeblakerde griet.

vreemdeling: Welke huidskleur heeft je zus dan?

Teun jr.:

Vreemdeling:  dan klopt het dus wat deze jongeman daarnet over haar zei. (laat Teun los)

Geef mij die broek maar, Teun, dank je.

(tot jongen) vind je het niet een beetje dom om iemand uit te schelden die een andere huidskleur heeft?

Stel je voor dat ik jou ging uitschelden voor witte boon, zure melkfles of ei-zachte witgekalkte slungel, alleen omdat je toevallig een witte huid hebt. (geeft broek)

Hier, dan hoef ik die afschuwelijke witte melkflessen van je niet meer te zien en scheer je weg. (jongen verdwijnt).

Teun: Dat heeft u knap opgelost, ik heb dat met bewondering bekeken.

Willie : (tot zoon)   Teun, ga jij vast naar opa en oma en zeg maar dat wij er aan komen.

Vreemdeling: Zei u niet dat u 121/2  jaar getrouwd was? (rekent:) 1984..70

Dan moet U pas zo’n 2 jaar na uw bezoek aan de pastorie zijn getrouwd, zo eind 1971.

Ik merk dat mijn optreden wel vertragend, maar uiteindelijk niet belemmerend heeft gewerkt: Gelukkig!

(Hij stapt als bij plotselinge ingeving op het stel af)

Ik wens u van harte geluk (drukt beiden de hand)

Vergeef een oud man dat hij er even de tijd voor nodig had om het nieuwe in het goede en het goede in het nieuwe te ontdekken.

(raadpleegt de tijd: haalt daartoe 4 h 5 klokjes te voorschijn)

Ik moet er dringend vandoor, bovendien mag ik u ook niet langer ophouden, nog één vraag:

Wonen Hein en Greta nog in dat witte huisje daar tegenover da kerk?

Teun: U bedoelt de doodgraver.

Vreemdeling: Ik bedoel de familie Logtenberg, ja. (verkeert duidelijk in spanning)

Teun: Gisteren nog wel.

Vreemdeling:  (met een zucht)

(verdwijnt snel zonder meer iets te zeggen)

Willie:Kom, we moeten nu echt naar onze visite:

Het wordt bijna schandalig (Ze pakt het krukje op) vergeet de melkbus niet.

(verdwijnen hand in hand)

GHN_1984-06 sagezo-Crew 1984

De spelers die mee werkten aan dit toneelstuk

 

 

EINDE