8. Nieuwe gezagsverhoudingen

Een nieuwe periode in de geschiedenis van Wijthmen breekt aan rond 1580. De Opstand tegen het gezag van de Spaanse koning Filips II, wiens vader Karel V in 1528 de soevereiniteit over Overijssel had overgenomen van de bisschop van Utrecht, zorgde ook in de omgeving van Zwolle voor veel krijgsgewoel. Het platteland werd afgeschuimd door rondtrekkende, ongedisciplineerde soldaten van beide partijen, waardoor de bewoners regelmatig gedwongen zullen zijn geweest hun toevlucht binnen de veilige muren van de stad te zoeken. Pas omstreeks 1600 keerde in het westen van de provincie de rust enigszins terug. Tegen de tijd dat de kruitdampen waren opgetrokken, zagen ook de Wijthmeners zich geconfronteerd met enkele ingrijpende veranderingen. Ten eerste vielen ze niet meer onder het gezag van een ver weg residerende vorst, maar waren ze ingezetenen van het soevereine gewest Overijssel, dat deel uitmaakte van de federate statenbond van de Verenigde Republiek. De Overijsselse regering werd gevormd door de Staten, die uit twee ‘leden’ bestonden: de Ridderschap en de steden Deventer, Kampen en Zwolle. Deze machtswisseling had verder op bestuurlijk gebied voor de bewoners van het platteland weinig consequenties: zij bleven verstoken van politieke invloed. Ook ten aanzien van het schoutambt Zwolle veranderde er niets; het stadsbestuur van Zwolle bleef hier de scepter zwaaien.