5. De nabijheid van Zwolle

De aanwezigheid van veel prominente Zwolse instellingen en personen onder de erfgenamen van de marke Wijthmen maakt duidelijk dat de stad veel invloed op het haar omringende platteland uitoefende. Het ruim 14.000 hectare grote kerspel of schoutambt van Zwolle was dunbevolkt en telde eind 15 de eeuw zo’n 350 boerderijen, die over zestien buurschappen waren verdeeld. Het stadsbestuur hield dit overwegend lege land in een vaste greep en bekeek de bewoners met een zekere minachting. Zo was het bij feestelijke maaltijden in het stadhuis toegestaan mensen van buitenaf to introduceren, zolang dat maar goede, eerbare lieden waren en geen `Hennyken ende Willyken van ‘t lant’.

Net als de rest van de inwoners van Zwollerkerspel woonden de Wijthmeners als het ware in de schaduw van de stad en waren ze op veel gebieden van Zwolle afhankelijk. Op kerkelijk gebied vielen ze onder het uitgestrekte kerspel (kerkelijk verzorgingsgebied of parochie) Zwolle. Aangezien alle kerken in de centraal gelegen stad stonden, moesten de Wijthmeners zich voor het vervullen van hun religieuze verplichtingen, zoals het bezoeken van de mis, naar Zwolle begeven. Ook dopen, huwelijken en begrafenissen vonden binnen de muren van de stad plaats.

Op bestuurlijk en juridisch gebied gedroeg het stadsbestuur zich als heer en meester over het als een krans rond Zwolle gelegen territorium. Het schoutambt Zwolle, een bestuurseenheid met dezelfde begrenzing als het kerspel, werd geleid door een schout of richter. Aangezien deze in oorsprong bisschoppelijke functionaris door de Zwolse magistraat werd benoemd, konden de stedelingen in het buitengebied feitelijk doen en laten wat ze wilden. De schout was vooral belast met het uitvoeren van de instructies van hogere overheden, de uitoefening van de rechtspraak en het handhaven van orde en veiligheid. De Wijthmeners konden ook bij hem terecht voor het laten opmaken van notariële akten, zoals testamenten, transportakten en boedelscheidingen.

Ook op defensief en economisch gebied waren de kerspellieden aangewezen op Zwolle. In tijden van krijgsgeweld zochten de plattelanders een veilig heenkomen binnen de muren van de goed verdedigbare stad. Omgekeerd vergezelde een lid van de magistraat de schout om ‘dat harnass to schouwen van de kerspell van Zwolle.’ De economische samenhang tussen stad en land komt tot uitdrukking in de functie van Zwolle als regionaal verzorgingscentrum, dat deels door het platteland werd bevoorraad. De boeren uit de omgeving brachten agrarische producten in de stad ter markt en deden zelf boodschappen bij de plaatselijke ambachtslieden en handelaren.