3. Wegen en waterlopen

Wijthmen was van oudsher een boerengemeenschap op het platteland, maar van een geisoleerd bestaan was geen sprake. De buurschap lag immers langs de landweg naar Twente (de huidige N35), een van de belangrijkste verbindingen van Zwolle met het Twentse en Duitse achterland.

Er reisden veel kooplieden langs deze verbinding, zodat de Wijthmeners goed op de hoogte bleven van de ontwikkelingen in de buitenwereld. Bovendien was de vooraanstaande stad Zwolle via deze weg in ruim een uur te bereiken. De eeuwenoude weg voerde langs de huidige Wipstrikkerallee in de richting van Wijthmen en Lenthe en liep zoveel mogelijk over de hoger gelegen, langgerekte dekzandruggen en – welvingen.

Het verkeer moest echter ook de drassige laagten tussen deze hoogten doorkruisen.

Hierdoor had het wegtransport van en naar Zwolle vooral in de natte jaargetijden met veel problemen te kampen. Dat de stedelingen veel waarde hechtten aan deze vitale toegangsweg, blijkt uit het gegeven dat ze op 8 juli 1276 van de bisschop van Utrecht toestemming kregen om de weg tot aan Lenthe op eigen kosten te verbeteren. Als compensatie voor deze investering in de infrastructuur van de regio mochten de Zwollenaren voortaan tol heffen op de weg.

De werkzaamheden ten behoeve van de nieuwe weg hebben vermoedelijk ook geleid tot waterstaatkundige veranderingen. Het traject vanaf Zwolle maakte na de zandhoogte van Zalné bij de tegenwoordige Hoevenbrug een haakse bocht.

Op dit punt doorsneed de weg in een rechte lijn het dal van de Westerveldse Aa, een riviertje dat al van oudsher van groot belang was voor het afvoeren van het water uit de lage gronden in de omgeving van Wijthmen en Lenthe, waar ook de hof lerthe lag.

In deze streek waren vermoedelijk al in de 10de of 11de eeuw ontginningswerkzaamheden begonnen. Om het overtollige water weg te werken had men destijds een aantal graven of weteringen aangelegd, zoals de Baarlerwetering, de Marswetering en de Kolkwetering. Omstreeks 1100 waren delen van de latere Nieuwe Wetering en de Zalnesewetering gegraven, die de bovengenoemde afvoerkanalen verbonden met de Westerveldse Aa.

Door het ophogen van de Twentse weg in 1276 werd het water van dit riviertje evenwel afgedamd. Het is dan ook goed mogelijk dat het afsnijden van de Westerveldse Aa is gecombineerd met het graven van een nieuwe watergang, de huidige Nieuwe Wetering, die sindsdien de westgrens van Wijthmen vormt. In het oosten werd Wijthmen begrensd door de Emmertochtsloot, die diende voor de afwatering van de tangs de Vecht gelegen buurschap Emmen in Dalfsen.

Het patroon van wegen en waterlopen bleef eeuwenlang vrijwel ongewijzigd. Pas in de 19de eeuw traden veranderingen op. De Nieuwe Wetering werd omstreeks 1854 vanaf de Zwolse Thorbeckegracht tot Laag-­Zuthem gekanaliseerd en herdoopt in Almelose Kanaal.

Het kanaal moest zorgen voor een betere waterverbinding tussen Zwolle en Twente, maar voldeed door zijn geringe afmetingen en de hoge brug- en sluisgelden nooit aan de hoge verwachtingen.

In de jaren twintig en dertig kregen de Zwolse wegverbindingen met de buitenwereld een grondige opknapbeurt. De stad kon het zich in een periode, waarin het vervoer per as sterk toenam en doorgaande zandwegen alom van een harde bovenlaag van klinkers, keien of steenslag werden voorzien, niet permitteren achter te blijven.

Omstreeks 1830 werd het kronkelige traject van de oude weg naar Twente, die waar mogelijk de natuurlijke lijnen van het landschap volgde, rechtgetrokken en deels verlegd.

De weg werd met klinkers bestraat en was voortaan het hele jaar bruikbaar. Ook de Kroesenallee, de weg naar Dalfsen, werd in 1836 verhard. Deze weg dankt zijn naam overigens aan het erve Kroes (nu Kroesenallee 27), dat in de 17°e eeuw eigendom was van de Zwolse burgemeester Hendrik Crouse.

De familie Kroes heeft als pachter-bewoner van het erve haar naam ontleend aan deze eigenaar van de boerderij. Dankzij de verbetering van de Twentse weg, die voortaan bekend stond als de Almelose straatweg, en de Kroesenallee verloor een oude route naar het oosten, de zanderige Hessenweg over de Berkumerbrug ten noorden van de Vecht, snel aan belang.

In de loop van de 205ce eeuw nam vooral het vervoer over de straatweg naar Almelo, inmiddels herdoopt in de Heinoseweg en de N35, in rap tempo toe.

Onderwijzer G.J. van Nee, die vanaf 1924 maar liefst 46 jaar aan de christelijke school in Wijthmen verbonden was, vertelde bij zijn afscheid in juni 1970: `Toen ik kwam lag de school net als nu ook langs de hoofdweg. Toen was het echter nog zo rustig dat een buitenleerling nog wet eens hardop kon opmerken: “He, d’r giet ‘n peerd over de weg hen”.

Nu is het zo druk, dat we de ramen dicht moeten houden omdat anders onderwijs geven bijna onmogelijk is.’

De N35 is na de Tweede Wereldoorlog herhaaldelijk aan de eisen van het moderne verkeer aangepast.