2. Eerste schrijftelijke  vermelding

De eerste vermelding van Wijthmen in de geschreven bronnen dateert uit 1207. Uit dat jaar stamt een document, waarin de bisschop van Utrecht verklaart dat hij aan het Deventer kapittel (een geestelijke instelling die veel land in en rond Zwolle bezat) de novale tienden in de buurschappen Zwolle, Wijthmen en Ittersum heeft geschonken. Voortaan hadden de kapittelheren in deze gebieden dus recht op het tiende deel van de opbrengst van recent ontgonnen of nog to ontginnen land. De akte maakt dus duidelijk dat er nog volop ontginningsactiviteiten plaatsvonden, een proces dat waarschijnlijk al eeuwen onderweg was. Hoe de ontwikkeling van Wijthmen zich heeft voltrokken valt door het ontbreken van bronnen niet meer to achterhalen. Natuurlijke kwaliteiten, zoals het bodemrelief en de grondgesteldheid, zullen ongetwijfeld de doorslag hebben gegeven bij het kiezen van een vestigingsplaats en het inrichten van het cultuurland. De agrarische bevolking maakte in de Vroege Middeleeuwen zo goed mogelijk gebruik van de kansen die het omringende landschap bood. Het bouwland, waarop vooral rogge, gerst en haver groeide, werd aangelegd op de hogere, op natuurlijke wijze afwaterende gronden. Hierop kwamen de essen to liggen: grote, aaneengesloten akkercomplexen die door bemesting steeds verder werden opgehoogd en aldus een markante plaats in het landschap innamen. Op de zandrug van Wijthmen waren tot in de 20ste eeuw de Strampes en de Wijthmeneres to vinden, die van elkaar werden gescheiden door de huidige Kroesenallee.

De boerderijen bevonden zich aan de noordzijde van de zandrug, met aan de ene kant het bouwland op de essen en aan de andere kant de lage, onbewoonbare gronden. In dit drassige gebied lagen de woeste, niet in cultuur gebrachte gronden. Bossen, natuurlijke graslanden, venen en moerassen waren bij de bewoners gemeenschappelijk in gebruik voor het verzamelen van brandstof en voor de voedselvoorziening van het vee.

Ook grootgrondbezitters kunnen invloed op de inrichting van het landschap hebben uitgeoefend. De landsheer schonk in de Middeleeuwen als ruggensteun voor hun religieuze activiteiten grote stukken land aan kerken en kloosters, terwijl ook edellieden in ruil voor hun politieke en militaire diensten ruimschoots met aardse goederen werden bedacht. Op de ontwikkeling van Wijthmen is waarschijnlijk invloed uitgeoefend door de nabijgelegen hof lerthe in de buurschap Lenthe, ongeveer een kilometer ten zuiden van Wijthmen. Deze hof was een soort agrarisch bestuurscentrum, van waaruit de omliggende boerderijen werden beheerd en de door horige boeren aangeleverde landbouwproducten werden verzameld. Deze agrarische instelling, die al voor 947 in het bezit was van het stilt of vrouwenklooster Essen in Westfalen, kan ook hebben gefungeerd als een ontginningscentrum, een basis van waaruit delen van de omringende wildernis in cultuur werden gebracht. In ieder geval maakte het op een eigen zandrug gelegen Soeslo al in een vroeg stadium deel uit van de hof lerthe.