14. Het einde van de marke

De markegenootschappen op het platteland kwamen vanaf het begin van de 19de eeuw onder vuur to liggen. Volgens critici vormen de vele woeste gronden een belemmering voor de vooruitgang en voor de voedselvoorziening van de bevolking. Op aandringen van de overheid gingen steeds meer marken over tot het verdelen van de gemene gronden. In Wijthmen werd al vanaf 1810 gewerkt aan een plan voor het verdelen van het gemeenschappelijke bezit op het zogenoemde Wijthmenerveld, dat volgens een omschrijving uit deze tijd liep vanaf het Herfter hek tot aan de kolk achter het huffs van Albert Konstapel. Tijdens de vergaderingen kwamen nu ook geregeld plaatselijke boeren opdraven, die hun eigen boerderij hadden gekocht en voortaan dus ook als erfgenaam door het leven gingen. Na veel gedelibereer werd het Wijthmenerveld uiteindelijk op 2 juni 1838 in negentien percelen verkocht voor 5.450 gulden. Dit bedrag werd gebruikt om de dijkplicht aan de zuidelijke Vechtdijk of to kopen. De marke Wijthmen had daarmee vrijwel zijn bestaansrecht verloren, ook al omdat veel taken door andere instellingen werden overgenomen. Zo was het beheer over de waterhuishouding sinds 1835 officieel in handen van het Zesde Dijksdistrict. De markeschool was al eerder overgenomen door de gemeente Zwollerkerspel, die in 1818 op de hoek van de huidige Erfgenamenweg en de Kroesenallee het eerste ‘echte’ schoolgebouw van Wijthmen had laten bouwen. De openbare lagere school zou tot zijn opheffing in 1932 op deze plek gevestigd blijven. In het gebouw werd vervolgens een katholieke basisschool voor kinderen uit Wijthmen en Herfte ondergebracht. Wijthmen telde inmiddels ook een protestants­christelijke lagere school, die in 1922 langs de Heinoseweg was gebouwd. De marke was tegen die tijd al tang opgeheven. De laatste officiële markevergadering vond plaats op 24 september 1877. In het daaropvolgende jaar werd ook het onderhoud van `de Wijthmer zijlen, gelegen aan de Nieuwe Wetering en aan de Nieuwe Vecht’, aan het Zesde Dijksdistrict overgedragen, waarna de marke kon worden ontbonden.