1. Ontstaan en naamsbetekenis

Hoewel de dekzandruggen in de omgeving van Wijthmen al sinds de prehistorie zijn bewoond, is de huidige buurschap vermoedelijk in de Karolingische tijd (750-900) ontstaan. In deze periode zagen de bewoners van de dunbevolkte regio tussen IJssel en Vecht zich blijvend onder het gezag van de Franken geplaatst, een ontwikkeling die gepaard ging met nieuwe organisatievormen en een groei van de bevolking. In deze tijd van economische opbloei werd onder de leiding van de nieuwe heersers ook in Salland oftewel de IJsselgouw de handhaving van orde en rust bevorderd, terwijl landbouw en handel werden gestimuleerd. Een aanwijzing voor een uitbreiding van het bewoonde areaal door kolonisatie uit andere delen van het Frankische Rijk vormen vroegmiddeleeuwse plaatsnamen met de uitgang -heem (woonstede of huffs) of een verbastering daarvan zoals -em of -um. Voorbeelden in Zwollerkerspel zijn Berkum, Ittersum, Zuthem en Windesheim, maar ook Wijthmen. Nederzettingsnamen op -heem hebben vaak als eerste lid de naam van een persoon. In het geval van Wijthmen gaat het om de voornaam Wido, Wito, Wyt of Wytse (in geromaniseerde vorm Guy of Gido). Kennelijk heeft iemand met deze roepnaam in de ontstaansperiode van Wijthmen een gezaghebbende positie in de gemeenschap ingenomen. Wie deze Wido was weten we niet; er zijn geen geschreven bronnen uit de tijd waarin de plaatsnaam moet zijn ontstaan. De komst van de Franken in onze streken ging gepaard met de introductie van het Christendom. De IJsselgouw viel na verloop van tijd op kerkelijk gebied onder de bisschop van Utrecht, die in de 10de en 11de eeuw van de Duitse keizers en koningen de landsheerlijkheid over grote delen van het huidige Midden- en Noordoost-Nederland kreeg toegewezen. Voortaan was de geestelijke zielenherder dus ook een vorst met wereldlijke macht, aan wie de Wijthmeners eeuwenlang onderworpen waren.